Nieuwsupdate oktober 2018

Het nieuws van Prinsjesdag is inmiddels al breed uitgemeten in de pers. Wat opvalt is dat niet zozeer de wijzigingen voor volgend jaar stof doen opwaaien, maar vooral de plannen voor de toekomst. We zetten enkele wijzigingen die in het oog springen op een rij:

Dividendbelasting
De tarieven inkomstenbelasting veranderen
– Afbouw (persoonsgebonden) aftrekposten
– Verhoging lage BTW-tarief
– 
Verruiming BTW-sportvrijstelling
– 
BTW kleine ondernemersregeling (KOR)
– Tarief vennootschapsbelasting
Verlaging afschrijving onroerend goed

– 
Beperking van verliesverrekening
– DGA-taks
– Stel uw investering in energiezuinige technieken niet uit

Dividendbelasting

De afschaffing van de dividendbelasting gaat definitief niet door. Dit heeft invloed op diverse plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Zo gaat het vennootschapsbelastingtarief bijvoorbeeld verder omlaag, zal voor de bestaande 30%-regelingen vermoedelijk overgangsrecht worden opgesteld én wordt de DGA-taks minder pijnlijk. Hoewel de details op dit moment nog niet bekend zijn hebben wij in onze nieuwsbrief enkele voorstellen opgenomen.

De tarieven inkomstenbelasting veranderen

Alle boxen voor de inkomstenbelasting worden aangepast, zo is besloten op Prinsjesdag. Box 1 bijvoorbeeld kent vanaf 2021 nog maar twee belastingschijven in plaats van de huidige vier. En een toekomstige dividenduitkering aan een DGA (box 2) zal in de toekomst hoger worden belast. Benieuwd naar deze en andere wijzigingen?

Onderstaand per box de belangrijkste wijzigingen:

Box 1

Vanaf 2021 gelden er nog maar twee belastingschijven. Nu zijn dat er nog vier. Voor inkomens tot € 68.507 geldt straks een basistarief van 37,05%, voor inkomens daarboven een toptarief van 49,5%. Vanaf 1 januari 2019 worden de huidige vier belastingschijven langzaam afgebouwd.

Let op:

Doordat diverse heffingskortingen inkomensafhankelijk zijn, wordt het werkelijke inkomstenbelastingtarief mede bepaald door de op- en afbouw van deze belastingkortingen.

Box 2

Uw inkomen uit aanmerkelijk belang wordt op dit moment belast tegen 25%. Vanaf 2020 gaat dit tarief vermoedelijk naar 26,25% en vervolgens naar 26,9% in 2021. Dit betekent dat u bijvoorbeeld van een dividenduitkering vanaf 2020 netto minder overhoudt.

De vraag is alleen of het niet doorgaan van de afschaffing van de dividendbelasting nog tot wijzigingen zal leiden… Wij verwachten dat het kabinet het niet zal aandurven om de aanmerkelijk belang percentages nog meer te verhogen, maar dit zal uit het wetsvoorstel moeten blijken.

Box 3

Ook in 2019 zal de belastingheffing over uw spaar- en beleggingsvermogen gebaseerd zijn op een forfaitair rendement. Het maakt niet uit hoeveel rendement u daadwerkelijk maakt. Via een staffelberekening wordt bepaald hoeveel rendement u geacht wordt te maken. Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger het effectieve belastingtarief zal zijn.

Heeft u aanzienlijke bedragen op laag renderende spaarrekeningen staan? Overweeg dan eens om hiervoor een Spaar-BV op te richten.

Afbouw (persoonsgebonden) aftrekposten

Nu de tarieven inkomstenbelasting gaan wijzigen, worden ook de (persoonsgebonden) aftrekposten afgebouwd. Oftewel: u heeft straks minder profijt van uw aftrekposten. We geven een aantal voorbeelden van aftrekposten waarvoor dit geldt.

Enkele voorbeelden van wijzigingen in de aftrekposten:

  • Het maximale tarief waarmee u uw hypotheekrente in aftrek kon brengen werd al jaarlijks verminderd met 0,5%. Vanaf 2020 wordt deze afbouw versneld met 3% per jaar.
  • Hetzelfde zal gelden voor de aftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Dan gaat het om de zelfstandigenaftrek, de S&O aftrek, de meewerk-, starters-, stakingsaftrek en de MKB-winstvrijstelling.
  • Ook uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (alimentatie), uitgaven voor specifieke zorgkosten en aftrekbare giften zullen tegen een lager tarief aftrekbaar zijn.

Uiteindelijk bestaat er voor deze aftrekposten slechts recht op aftrek tegen het basistarief van 37,05%.

Let op:
Door deze wijzigingen kan de situatie ontstaan dat uw inkomsten tegen het hoogste tarief van de inkomstenbelasting worden belast, terwijl uw aftrekbare kosten tegen een lager tarief aftrekbaar zijn.

Verhoging lage BTW-tarief

Vanaf 1 januari 2019 gaat het lage BTW-tarief van 6% naar 9%. Zaken als voedsel, drank, boeken & tijdschriften, maar ook de stukadoor, fietsenmaker, kapper en de sportschool worden volgend jaar duurder. Hoe u dit doet met uw factuur?

Het lage BTW-tarief gaat per 1 januari 2019 omhoog. Maar let op:

  • Stuurt u in 2019 een factuur voor leveringen of diensten die onder het lage BTW-tarief vallen én waarbij de prestatie in 2018 is verricht, dan moet u 6% BTW op uw factuur in rekening brengen.
  • Stuurt u nog dit jaar een factuur voor leveringen of diensten die onder het lage BTW tarief vallen én waarbij de prestatie in 2019 zal worden verricht, dan mag u het huidige 6% tarief op uw factuur in rekening brengen. De Staatssecretaris heeft toegezegd dat er geen naheffing worden opgelegd. U hoeft in 2019 geen aanvullende factuur te sturen voor de verhoging van het BTW-tarief met 3%.

Verruiming BTW-sportvrijstelling

Vanaf 1 januari 2019 wordt de BTW-sportvrijstelling verruimd. Deze vrijstelling geldt op dit moment alleen voor organisaties zonder winstoogmerk die diensten verrichten aan leden. Deze laatste eis komt te vervallen. Ook de diensten aan niet-leden komen daarmee onder de vrijstelling te vallen. Lees verder >>

De aanpassing geldt niet alleen voor sportverenigingen, maar ook voor gemeenten en gemeenschapshuizen. Het gevolg is dat het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie niet meer belast zal zijn tegen het lage BTW-tarief. Aan de andere kant is de BTW op kosten en investeringen niet langer aftrekbaar.

Bij sportaccommodaties die korter dan tien jaar geleden in gebruik zijn genomen, zou dan de BTW op de investeringen (gedeeltelijk) moeten worden terugbetaald aan de Belastingdienst. Dit werd niet wenselijk geacht. Hier wordt daarom een overgangsrecht getroffen. Daarnaast is aangegeven dat een subsidieregeling wordt ingesteld om de BTW-schade te compenseren.

BTW kleine ondernemersregeling (KOR)

Vanaf 2020 wordt de kleine ondernemersregeling herzien. Onder de huidige regeling krijgt een ondernemer die € 1.883 of minder aan BTW hoeft af te dragen (per jaar) een korting op het af te dragen bedrag. Is dit bedrag € 1.345 dan hoeft er helemaal niets te worden betaald. In de nieuwe systematiek verandert dat. Lees verder >>

In de nieuwe opzet wordt een omzetgrens van € 20.000 per jaar aangehouden. Is uw omzet lager, dan kunt er als ondernemer voor kiezen om geen BTW in rekening te brengen. U heeft dan echter geen recht op aftrek van voorbelasting.

Let op:

De nieuwe kleine-ondernemersregeling is een keuze. Een gemaakte keuze kan slechts één keer per drie jaren worden herzien. U zult dus vooraf goed moet inschatten of u bijvoorbeeld investeringen wilt gaan doen. Als de KOR van toepassing is, hebt u immers geen recht op aftrek van de BTW op deze investeringen.

De nieuwe regeling gaat ook gelden voor rechtspersonen, zoals B.V.’s!

Tarief vennootschapsbelasting

Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt stapsgewijs verlaagd. Nu worden winsten t/m € 200.000 nog belast tegen 20% en is het toptarief voor hogere winsten 25%.

Zeer recent is besloten de afschaffing van de dividendbelasting toch niet door te laten gaan. In plaats daarvan wordt het tarief nog verder verlaagd dan op Prinsjesdag werd aangegeven. Het basistarief zal in 2021 vermoedelijk uitkomen op 15%, terwijl het toptarief vanaf dan 20,5% zal bedragen.

Verlaging afschrijving onroerend goed

Heeft u onroerend goed dat u binnen uw eigen onderneming gebruikt? Dan mag u dat nu nog tot maximaal 50% van de WOZ-waarde afschrijven. Vanaf 1 januari 2019 verandert dat. Dan mag u niet verder afschrijven dan tot 100% van de WOZ-waarde.

Heeft u een pand dat inmiddels een boekwaarde heeft die onder de WOZ-waarde ligt, dan kunt u in 2019 niet meer afschrijven. Houdt u dan ook rekening met een hogere aanslag vennootschapsbelasting!

Deze beperking geldt alleen voor vennootschapsbelastingplichtigen en dus niet voor IB-ondernemers.

Beperking van verliesverrekening

Verliezen die ontstaan vanaf 2019 kunt u nog slechts zes jaren verrekenen met toekomstige winsten. Heeft u nog verliezen staan uit het verleden, dan blijft hiervoor de huidige negenjaarstermijn gelden.

DGA-taks

Bij de aanbieding van de miljoenennota aan de Tweede Kamer bleek nog een onaangename verrassing voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) in voorbereiding te zijn. De Staatssecretaris heeft aangekondigd per 1 januari 2022 een maatregel te willen invoeren om het lenen bij de eigen B.V. te ontmoedigen.

Als de totale leningen van de DGA bij zijn B.V. hoger zijn dan € 500.000 zal het meerdere als een dividenduitkering worden aangemerkt en dus worden belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Hoewel het als een rekening-courantmaatregel wordt gepresenteerd, is aangegeven dat er voor eigenwoningschulden een overgangsregeling wordt getroffen. Het heeft er dus alle schijn van dat iedere soort lening bij de eigen B.V. onder de maatregel wordt begrepen.

Nu al actie ondernemen?

Het conceptwetsvoorstel zal eerst aan het bedrijfsleven en de adviespraktijk worden voorgelegd middels een internetconsultatie. Wij adviseren DGA’s voorlopig geen overhaaste beslissingen te nemen en de ontwikkelingen omtrent deze maatregel af te wachten. Wij houden dit in ieder geval nauwlettend voor u in de gaten.

Daarnaast is zeer recent aangegeven dat de afschaffing van de dividendbelasting niet door zal gaan. In plaats daarvan zal ook de DGA-taks worden versoepeld. De details hiervan moeten we afwachten.

Stel uw investering in energiezuinige technieken niet uit 

Per 1 januari 2019 zal het aftrekpercentage voor de energie-investeringsaftrek (EIA) verlaagd worden van 54,5% naar 45%.

Wanneer u van plan bent te investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen waarvoor de EIA van toepassing kan zijn, is het dus verstandig om deze investering in 2018 te doen. U kunt dan nog gebruik maken van het hoge aftrekpercentage van 54,5%.

Let op:

Uw aanvraag voor energie-investeringsaftrek moet gedaan worden binnen 3 maanden nadat u de verplichting bent aangegaan!

Vragen naar aanleiding van deze blog?

Neem dan contact met ons op via onderstaand formulier

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.

Begin met typen en druk op enter om te zoeken